Dyslexie

Dyslexie

Vergoede diagnostiek met betrekking tot dyslexie

Vanaf 1 januari 2015 zijn diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie opgenomen  in het basispakket van de gemeente. De vergoede zorg in verband met ernstige dyslexie geldt in principe voor leerlingen van 7 jaar en ouder in het primair onderwijs en leerlingen van 7 t/m 13 jaar in het speciaal onderwijs.

Als ouders aanspraak willen maken op vergoeding van diagnostiek en behandeling bij ernstige dyslexie, moet de school het leerling dossier leveren waarmee het vermoeden van (ernstige) dyslexie wordt onderbouwd en waarmee hardnekkigheid van het lees- en spellingsprobleem ondanks intensieve ondersteuning kan worden aangetoond.

Procedure bij het onderzoeken naar dyslexie:

Uitgangspunt bij het omgaan met leesproblemen is het Protocol Leesproblemen en dyslexie, zoals dat is vastgesteld door het Expertise Centrum Nederlands.

Het stappenplan voor signalering van leesproblemen start al in groep 1 en 2 van de basisschool.

In groep 1 en 2 wordt geobserveerd/ geregistreerd (ouders geven op het intakeformulier aan of er dyslexie voorkomt in de familie) welke kinderen extra aandacht nodig hebben bij de voorbereidende lees- en taalactiviteiten zoals interactief voorlezen, taal- en klankbewustzijn en de klank/letterkoppeling.

In deze groepen wordt de Taaltoets voor Kleuters afgenomen om te zien hoe de taalontwikkeling van de kinderen verloopt. Bij alle kinderen wordt de toets geanalyseerd. De signaleringslijst wordt voor de onvoldoende scorende leerlingen ingevuld en voor de leerlingen waarvan bekend is dat er sprake is van dyslexie in de familie. Halverwege en eind groep 2 wordt ook de letterkennis van de kinderen getoetst.

Aan het eind van groep 2 wordt in een overgangsgesprek met de leerkracht van groep 3 besproken welke kinderen vanaf begin groep 3 extra aandacht nodig hebben op bepaalde gebieden betreffende het aanvankelijk lezen.

In groep 3 start het aanvankelijk leesonderwijs. De leerlingen worden hierbij nauwkeurig gevolgd in hun ontwikkeling. Ouders worden geïnformeerd tijdens de informatieavond dat thuis lezen belangrijk is voor het leesproces. Immers 49 % van de leesontwikkeling komt vanuit de thuissituatie en 51 % vanuit de school.

Tijdens de ‘herfstsignalering’ in groep 3 wordt bepaald welke kinderen extra leesoefeningen nodig hebben. Deze extra hulp wordt zoveel mogelijk in de klas door de leerkracht gegeven. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld.

De leerlingen in groep 3 worden regelmatig getoetst op hun vooruitgang bij het lezen door de methode gebonden toetsen aan het eind van iedere kern. In januari is het eerste meetmoment DMT, daarna in juni nogmaals.

Indien de leesontwikkeling van een kind stagneert of veel langzamer dan gemiddeld verloopt, zal de leerkracht het programma indien nodig aanpassen en extra hulp organiseren voor de leerling. Vanaf midden groep 3 ontvangen de leerlingen met een 4 en 5 score op de CITO M3 (Ralfi-lezen) leesondersteuning buiten de groep. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. 

De leeszwakke leerlingen van groep 4 ontvangen extra leeshulp in de vorm van meer leestijd in de groep en Ralfi-ondersteuning buiten de groep en eventueel dagelijks extra instructie (op een lager niveau). Dit gebeurt door middel van de technisch leesmethode Estafette. De kinderen hebben gemiddeld 4 extra leesmomenten per week.

Vanaf groep 4 wordt gewerkt met de methode Ralfi light lezen naast de methode Estafette om het technisch lezen op een hoger niveau te brengen. Er worden bij deze methode actuele teksten van Nieuwsbegrip gebruikt.

Op vaste momenten in het jaar (in januari en juni) worden leestoetsen afgenomen om de exacte vooruitgang bij het lezen te bepalen. Bij de leerling die Ralfi-lezen ontvangen wordt ook de AVI- afgenomen. 

De extra hulp wordt vastgelegd in groepsplannen. Deze worden elke 3 maanden geëvalueerd aan de hand van actuele toets gegevens.

Vergoede Dyslexie

Na een half jaar intensieve hulp en begeleiding van een leerling met (enkelvoudige problematiek)  4-5 scores op lezen/spelling wordt de leesbegeleiding geëvalueerd, waarna er eventueel dyslexieonderzoek kan plaats vinden.

Indien uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van dyslexie doordat het kind aan alle criteria van de Stichting Dyslexie Nederland voldoet, kan het kind in aanmerking komen voor een dyslexieverklaring.

Pas op dat moment kan er gesproken worden over ‘dyslexie’. Met deze leerling maken wij een dyslexiekaart waarop duidelijk de dyslexie afspraken staan voor deze leerling. Leerling, ouders en school ondertekenen dit document.

De dyslexieverklaring wordt na het onderzoek opgesteld. Het basisonderwijs ontvangt geen extra faciliteiten voor kinderen met een dyslexieverklaring.

Voor leerlingen waarvan wij vermoeden of waarbij is vastgesteld dat er sprake is van dyslexie gelden aangepaste regels bij o.a. afname van toetsen en beoordeling van dictees. Zie afspraken kaart.